Jan Lodewijk (Louis) Dülcken
(Amsterdam 9 augustus 1761 – † München 1836)
Jan Lodewijk (Louis) Dülcken
(Amsterdam 9 augustus 1761 – † München 1836)
GRAND PIANO LOUIS DULCKEN MUNICH 1815
Bayerisches Nationalmuseum München
München
Johannes Lodewijk krijgt zijn opleiding bij zijn vader in Hasselt en in Antwerpen Wanneer zijn vader in 1774 naar Antwerpen gaat verhuizen gaat hij mee. Zijn moeder blijft in Hasselt achter met de andere kinderen tot 1776. De eerste 13 jaren van zijn leven heeft hij in het kleine stadje Hasselt doorgebracht; nu gaat hij naar het grote Antwerpen.
Brief 16 meij 1774 Johannes Lodewijk Dulcken
Waarschijnlijk is hij in Antwerpen direct gaan meewerken in de werkplaats van zijn vader die zijn nieuwe vinding steeds verder verbetert. De vernieuwde klavecimbel heeft de naam pianoforte gekregen. Hoe lang ze samen in Antwerpen aan het werk zijn geweest is niet precies bekend; waarschijnlijk maar twee jaar. Ergens tussen 1777 en 1780 verhuist zijn vader naar Parijs, waar hij opnieuw een werkplaats inricht. Waarschijnlijk waren de Dulckens, vader en zoon zeer succesvol. Zelfs zo succesvol dat dit wordt opgemerkt door Karl Theodor von der Pfalz, de keurvorst van Beieren. Deze Karl Theodor is een belangrijk man in die tijd en bestuurt een groot gebied in Duitsland. Hij was ook in het bezit van het Land van Ravenstein en het markizaat Bergen op Zoom en hij is hertog van Gulik en Berg. Hij heeft dus behoorlijk wat connecties in Nederland. Karel Theodoor is een groot muziekliefhebber en bespeelt zelf ook een instrument (fluit). Hij vraagt Johannes Lodewijk jr. om in 1779 mee te gaan naar München. Hij is dan pas 18 jaar. Zo jong en dan al erkend als geniale clavecimbelbouwer. Over zijn leven en werk in München is veel bekend. Er zijn diverse artikelen over geschreven. Daarom nu enkele hoofdlijnen. In München komt Louis in 1779 als assistent in dienst bij koninklijke pianobouwer Johann Peter Milchmeyer, die aan het hof van keurvorst Karl Theodor werkt. In zijn werkplaats is Johann Peter onder andere verantwoordelijk voor het zorgvuldig behouden, verbeteren en vernieuwen van alle vleugels die bij het paleis behoren. In juni 1782 neemt Dulcken het ambt van Milchmeyer over en wordt hij op 21-jarige leeftijd stadspianomaker. Hij is een echte ambachtsman. Hij maakt voor het hof bijzondere instrumenten en verkoopt de ene pianoforte na de andere, niet alleen in München en Beieren, maar ook ver daarbuiten. In München wordt hij op verschillende manieren aangesproken: Johann Ludwig, Jean Louis maar vaak ook enkel met Louis.
Met dank aan Dr Sybe Wartena - Bayerisches Hauptstaatsarchiv (München)
A timeline of the instrument maker Jan Louis Dulcken, who fought a constant battle for financial recognition at the court in Munich over a period of ten years. (1780/1781 - 1791)
Op 25 juni 1831 deed Dulcken afstand van zijn functie als koninklijk bouwer van klavierinstrumenten; hij overleed vijf jaar later. In zijn testament noemde Dulcken als erfgenamen zijn vrouw Sophie Lebrun (Londen, 20 juni 1781-d München, 23 juli 1863), zijn zonen Theobald en Heinrich, zijn getrouwde dochters Louise en Franziska Bohrer, en zijn toen nog ongetrouwde dochters Violande, Johanna en Caroline Dulcken. Theobald als bedrijfsleider en Heinrich als bouwer vervulden blijkbaar de verplichtingen van hun vader na diens dood, maar sloten de winkel al snel. Beide zonen verhuisden uiteindelijk naar Londen waar Theobald wolhandelaar werd en Heinrich organist. Louise en Franziska waren getrouwd met de broers Max en Anton Bohrer; Louise werd hofpianiste in Stuttgart. Violande werd concertzangeres in München. Milchmeyer, Peter Johann (Milchmeyer/Milchmayer/Milchmaier) Son of a clockmaker, he was born at Frankfurt am Main in 1750. His treatise, Uber die wahre Art das Pianoforte zu spielen was published in 1797 at Dresden, where he may have been living at the time. In 1805, he became a piano teacher at Strasbourg, and in this capacity attained a considerable reputation. He died there on 15 March 1813, at the age of 63 years. In c1780, he invented a special ‘mechanischen flügel’, probably a combined harpsichord-piano, described by Cramer (1783) as: […] einen neuen mechanischen Flügel erfunden, der nicht viel grösser als ein gewöhnlicher Flügel ist, und doch 250 neue Veränderungen enthält. Er hat 3 Claviere. Das untere lässt sich herausschrauben, wo alsdenn 2 Personen spielen tönnen. Das Steigen und Fallen der Stärte der Töne kann auf disem Instrumente sehr gut hervorgebracht werden.
Kurfüstin Elisabeth Auguste
Keurvorstenpaar (links en rechts) en het klavier van Louis Dulcken II
Huwelijk In 1799 trouwt Louis Dulcken met Sophie Lebrun en wordt daardoor opgenomen in een zeer muzikale familie. Zijn vrouw Sophie is de dochter van de Badense virtuoze hoboïst en componist Ludwig August Lebrun en van de Badense sopraan en componist Franziska Danzi. Sophia is een buitengewoon goede pianiste en componeert zelf ook muziekstukken. Ze treedt op in Parijs, Zwitserland en Italië. Louis Dulcken en zijn vrouw Sophie krijgen zeven kinderen, twee zonen en vijf dochters, die bijna allemaal carrière maken als bekende muzikanten. Door het huwelijk met Sophie Lebrun vormt het huis van Louis Dulcken 'lange tijd de meest interessante ontmoetingsplaats van de toenmalige goed opgeleide muziekwereld in München'. Musici en componisten komen langs. Ook financieel gaat het Dulcken voor de wind. Hij verdient veel geld met zijn unieke pianofortes. Overal in Europa kopen vorstenhuizen zijn instrumenten. Keizerin Josephine van Frankrijk koopt tijdens haar bezoek aan München in 1805/06 twee van zijn instrumenten en ze bestelt kort daarna nog een derde, waar ze in Parijs zo blij mee zijn dat het daar lange tijd tentoongesteld wordt. In 1816 wordt er een vleugel bezorgd bij de Oostenrijkse keizerin Carolina Augusta, een dochter van de Beierse koning Maximiliaan I Jozef. Ook gaat er een instrument naar Sint-Petersburg.
Huwelijk 18 April 1799 Jan Lodewijk (Louis)Dülken x Sophia Lebrun
E.L. huwelijk Augsburg (Bayern / Landeskirchliches Archiv der Evangelisch-Lutherischen Kirche in Bayern / Dekanat Augsburg / Augsburg-Gesamtkirchengemeinde / Trauungen 1796 - 1819, pagina 99, Bild 57): "Aprilis, 1799 99. [Donnerstag] d[en] 18. hor[a] 7 25. Ludwig Dulken, A[ugsburger] C[onfession] Hofklaviermacher in München, und Jungfer Sophia Lebrun, Hofmusikus-Tochter, von München C[atholischer] R[eligion] sind in der Stille copuliert worden beijm H[eiligen] Creuz". Dus de transcriptie betreffende het eigenlijke trouwboek van de ''parochie" Heilig Kreuz betreft dus GEEN E.L. ondertrouw, maar ook E.L. huwelijk.
E.L. huwelijk Augsburg (Bayern / Landeskirchliches Archiv der Evangelisch-Lutherischen Kirche in Bayern / Dekanat Augsburg / Augsburg-Heilig Kreuz / Trauungen 1793 - 1814, 1841 - 1918, pagina 14, Bild 11):
"An[n]o 1799. 8.
[Donnerstag] d[en] 18 April. Herr Ludwig Dulcken, Hof-Claviermacher in München,
h[ora] VII und J[ung]f[e]r Sophia Lebrun, eben daher, Tochter des Hofmu-
Ebenders[elbe] sikus”.
Huwelijk 27 December 1799 Jan Lodewijk (Louis)Dülken x Sophia Lebrun
R.K. huwelijk München (Archive des Erzbistums München und Freising, Seelsorgeeinheiten, Pfarreien und Kirchenstiftungen, CB301, München-Zu Unserer Lieben Frau 1561-1937, Pfarramtsverwaltung, M9313, Trauungen 1798-1806, Bild 35,
"Nomina Sponsoru[m] Dies Mensis Decembris An[n]o 1799
Dülken, seu 27. Ludovicus Dülken churf[ürstlicher] Hof-Instrumen[ten]m
Dälken macher, acatholicus, des Ludovicus
dessen Dülken k[öniglich] französischen Instrumenten
Revalidation machers, dann Anna dessen Eheweib
m[a]t[ri]m[on]ii ____ beiden seelig, ehlicher Sohn, mit
Sophia Lebrun, des Ludovicus
x Lebrun churf[ürstlichen] Hofmusikus, dann
Lebrun Francisca dessen Eheweib seelig, ehelichen
Tochter. Testes: Theobald Marschand
churf[ürstlicher] Theater-Director, Franz
Danzi c[h]u[r]f[ürs]t[licher] Kapelmeister, tempore
vetito cum dispensatione denuntiationu[m]".
Transcriptie
[30verso?]
Notae
ad nuptias has Dülkanas
ex mandato celsissimi ordinis renovandas
quia antea Augusta Vindelicorum coram
Evangelico Pastore contractas, sunto.
[31recto?]
§ 1
Ludovicus, civis jam Monacensis, ob coëmptas
aedes sibi, homo*1 acatholicus suam magistra=
tui nostrati dissimmulaverat religionem, quia
neutiquam ab eodem senatu idcirco interogatus.
Mox discessit Augustam ad Pastorem Lu=
theranum (nescius Iurium Bavariae, semper
catholicae et immaculatae ab omni haeresi) atque
ibidem putatitio junctus matrimonio est.
Hanc copulam nullam ab initio, et irritam
omnino jussit more catholico renovare Dominus ordinis?*2
et quidem pro hoc casu solo, ob idoneas ratio=
nes v.g. (=verbi gratia) ob inscitiam contrahentium, ob
bonum prolis pp? et quidem sede pontificia
nunc vacante pp?
§ 2
Ad acta Parochialia, sub conubio Parochialia
in extenso jacent coetera omnia, una=
cum reversalibus Ludovici Dülken pro
se, proque posteritate sua.
§ 3
ad finem et calcem huius libri adnecto copiam
horum reversalium, ad perpetuam huius
casus memoriam, et informationem.
Sigilla mea ex officio meo
parochi etc.
sunt ad calcem libri huius
anno hoc copulati sunt 96.
In de marge [31r]
Can. Theol'g aul'ae
cons: frising. actae: ? = Freising?
Rav. de Scheser…? Parochus scripsi
ad Iussum et Man=
datum celsissimi et Re=
verendissimi?*3 Ordinis
Ik, … , pastoor (Parochus), heb dit geschreven op bevel en verordening van de verheven en eerbiedwaardige (klooster)orde.
Vertaling
Opmerkingen bij dit huwelijk van Dülken dat op bevel van de verheven (klooster)orde herhaald / vernieuwd moest worden omdat het eerder in Augsburg ten overstaan van een Evangelische prediker gesloten was, …?*4
27 december 1799 § 1
Louis, reeds een inwoner van München,*5 had, toen hij een huis ging kopen, als niet-katholiek, zijn geloof voor onze ambtenaar verborgen gehouden, omdat het bestuur hem hier ook niet naar gevraagd had.
Kort daarop vertrok hij naar een Lutherse prediker in Augsburg (onwetend van de wetten in Beieren, waar men altijd katholiek is geweest en onaangeroerd door enige vorm van ketterij) en daar dacht hij getrouwd te zijn.*6
De ordemeester? heeft verordend dat deze verbintenis, die vanaf het begin nietig en geheel en al ongeldig was, in dit uitzonderlijke geval, op de katholieke manier herhaald / vernieuwd moest worden, vanwege geschikte redenen, bijv. vanwege de onwetendheid van de betrokkenen, vanwege het welzijn van de kinderen (en omdat er momenteel geen paus is).*7
§ 2 Aangaande de Acta Parochialia (=Handelingen van de parochie), alle overige Parochialia zijn, samen met de repliek van Louis Dülken ten bate van hem en zijn kinderen, in hun volledigheid te vinden (in extenso iacent) onder het kopje huwelijk (sub conubio).
§ 3 Tenslotte en ten einde van dit boek voeg ik deze vele replieken toe, ter eeuwige herinnering aan deze zaak, en ter lering.
Mijn zegels overeenkomstig mijn ambt als pastoor etc. (parochus) zijn achterin dit boek te vinden.
Dit jaar zijn er 96 [mensen] getrouwd.
*1-ho’o = homo?
*2-Dominus ordinis? Het gaat om de hoogste functie binnen een bepaalde religieuze groep. Ik vertaal het maar letterlijk met ‘ordemeester’. De religieuze orde komt vaker ter sprake.
*3-reverendissimi’ is het eerste waar ik aan denk, maar of dat er staat weet ik niet zeker.
*4-sunto?
*5-Monacum, -ch(i)um = München, St., Bayern (Graesse, Orbis Latinus).
*6-Augusta [Vindelicorum] = Augsburg (Pinkster, Woordenboek Latijn-Nederlands).
*7-Augusta [Vindelicorum] = Augsburg (Pinkster, Woordenboek Latijn-Nederlands).
*8’-sedisvacatie’ van 29 augustus 1799-14 maart 1800, paus gevangengezet door Napoleon en in gevangenschap gestorven.
Transcriptie - Dr Verena Demoed
Sophia Lebrun, wettige dochter van Ludwig Lebrun, keurvorstelijk hofmusicus, en diens echtgenote Francisca, zaliger gedachtenis.
Getuigen: Theobald Marschand, keurvorstelijk theaterdirecteur; Franz Danzic, keurvorstelijk kapelmeester.
“Tempore vetito cum dispensatione denuntiationum” = in de gesloten (Advents)tijd, met dispensatie van de huwelijksafkondigingen.
Revalidatio matrimonii = kerkelijke bevestiging van een reeds bestaand, maar canoniek onregelmatig of ongeldig gesloten huwelijk, of een huwelijk tussen partijen van ongelijke religie (acatholicus!).
Tempore vetito verwijst hier vrijwel zeker naar de Advents- of vastentijd, waarin normaal niet getrouwd mocht worden zonder dispensatie.
De aanwezigheid van hoge hofmusici als getuigen past bij beide families (Dülken-instrumentmakers, Lebrun-muzikanten).
Sophia Lebrun, legitimate daughter of Ludwig Lebrun, electoral court musician, and his wife Francisca, of blessed memory.
Witnesses: Theobald Marschand, electoral theatre director; Franz Danzi, electoral chapel master.
‘Tempore vetito cum dispensatione denuntiationum’ = during the closed (Advent) period, with dispensation from the banns of marriage.
• Revalidatio matrimonii = ecclesiastical confirmation of an existing but canonically irregular or invalid marriage, or a marriage between parties of different religions (acatholicus!).
• Tempore vetito here almost certainly refers to the Advent or Lent period, during which marriage was normally not permitted without dispensation.
• The presence of high court musicians as witnesses is fitting for both families (Dülken instrument makers, Lebrun musicians).
Sophia Lebrun, rechtmäßige Tochter von Ludwig Lebrun, kurfürstlicher Hofmusiker, und dessen Ehefrau Francisca, seligen Angedenkens.
Zeugen: Theobald Marschand, kurfürstlicher Theaterdirektor; Franz Danzi, kurfürstlicher Kapellmeister.
„Tempore vetito cum dispensatione denuntiationum” = in der geschlossenen (Advents-)Zeit, mit Befreiung von den Eheankündigungen.
• Revalidatio matrimonii = kirchliche Bestätigung einer bereits bestehenden, aber kanonisch unregelmäßigen oder ungültig geschlossenen Ehe oder einer Ehe zwischen Parteien unterschiedlicher Religion (acatholicus!).
• Tempore vetito bezieht sich hier mit ziemlicher Sicherheit auf die Advents- oder Fastenzeit, in der normalerweise ohne Dispens keine Eheschließungen erlaubt waren.
• Die Anwesenheit hochrangiger Hofmusiker als Zeugen passt zu beiden Familien (Dülken-Instrumentenbauer, Lebrun-Musiker).
Franz Danzi - Composé et Dedié à Madame Dülcken née Le Brun
Concerto pour le Piano-Forte avec Accompagnement de 2 Violons, Alto, Basso, 2 Flutes, 2 Hautbois et 2 Cors, composé et dédié à Madame Sophie Dulcken née Lebrun par son Oncle Franz Danzi. Oeuvre 4
KINDEREN uit huwelijk 27 December 1799 Jan Lodewijk (Louis)Dülken x Sophia Lebrun
1800 - Theobald Ludovicus, zoon van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia
1801 - Philippus Henricus, zoon van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia
1803 - Louise, dochter van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia
Female piano prodigies:(with their ages at the time of their first public performance)
Louise Dulcken, married to Bohrer (1803–1857), aged 11
Leopoldine Blahetka (1809–1885), aged 8
Fanny Sallamon (1809–after 1839), aged 10
Antonie Oster (1811–1828), aged 10
Louise David, married to Dulcken (1811–1850), aged 10
Marie Moke, married to Pleyel (1811–1875), aged 8
Delphine Schauroth (1813–1887, aged 9
Josephine Seipelt (1816–1841), aged 9
Clara Wieck, married to Schumann (1819–1896), aged 10
Freia Hoffmann, Instrument und Körper, Frankfurt am Main, Leipzig 1991, chapter ‘Wunderkinder’, pp. 309–335; Ingrid Fuchs, ‘,Bewundrungswerthes Kind! deß Fertigkeit man preißt …’
Louise Dulcken kreeg samen met haar zus Fanny pianoles van hun moeder. Hun eerste openbare optreden vond plaats in 1814 in München. 20 jul 1824 trouwde ze met cellist Max Bohrer (1785-1867).
Haar zus Fanny trouwde 20 jul 1824 met zijn broer Anton. In 1826 werd hun zoon Carl Theodor geboren.
In 1827 verhuisden beide echtparen naar Parijs, waar ze samen concerten gaven.
In augustus 1828 schreef de Münchener Allgemeine Musik-Zeitung over een concert in Parijs: "Mad. Max. Bohrer, die nog niet in Parijs te horen was geweest, speelde een trio van Beethoven en variaties op haar eigen compositie op het lied: der Schweizerbub” (Münchener aMZ 1828, Sp. 720).
Tijdens de gezamenlijke concerten, waarop werken van Beethoven, Mozart en Haydn werden gespeeld, bracht Louise Bohrer ook solostukken ten gehore, bijvoorbeeld werken van Henri Herz.
Door de julirevolutie in 1830 verdreven, verlieten de Bohrers Parijs en verhuisden eerst naar Londen en daarna naar Stuttgart. Louise Bohrer was vanaf ongeveer 1831 hofpianiste en lerares van de prinsessen in Stuttgart.
Prinzessin Sophie Friederike Mathilde von Württemberg & Prinzessin Marie Friederike Charlotte von Württemberg
Sophie Friederike Mathilde prinses van Württemberg (* 17 juni 1818 in Stuttgart; † 3 juni 1877 in Huis ten Bosch) was als eerste echtgenote van de Nederlandse koning Willem III van 1849 tot 1877 koningin der Nederlanden.
Prinses Sophie Friederike Mathilde van Württemberg (1818–1877) was de eerste vrouw van koning Willem III van Nederland en koningin-gemalin van Nederland en groothertogin-gemalin van Luxemburg van 1849 tot aan haar dood in 1877.
Ze werd op 17 juni 1818 in Stuttgart geboren als dochter van koning Willem I van Württemberg en groothertogin Catharina Pavlovna van Rusland. Hierdoor was ze een volle nicht van haar toekomstige echtgenoot, koning Willem III, aangezien haar moeder de zus was van zijn moeder, Anna Pavlovna van Rusland. Sophie trouwde op 18 juni 1839 met Willem, toen nog prins van Oranje. Het huwelijk was moeilijk, gekenmerkt door persoonlijkheidsconflicten en meningsverschillen, maar ze stond algemeen bekend als een intellectueel, een verzamelaar en een toegewijde moeder. Ze was ook een prominente figuur in de Nederlandse samenleving, bekend om haar sterke wil en haar inzet voor verschillende maatschappelijke doelen. Sophie Friederike Mathilde Princess of Württemberg (born 17 June 1818 in Stuttgart; died 3 June 1877 in Huis ten Bosch) was Queen of the Netherlands from 1849 to 1877 as the first wife of King William III of the Netherlands. Prinzessin Sophie Friederike Mathilde von Württemberg (1818–1877) was the first wife of King William III of the Netherlands and the Queen consort of the Netherlands and Grand Duchess consort of Luxembourg from 1849 until her death in 1877. Born in Stuttgart on June 17, 1818, she was the daughter of King William I of Württemberg and Grand Duchess Catherine Pavlovna of Russia. This made her a first cousin to her future husband, King William III, as her mother was the sister of his mother, Anna Pavlovna of Russia. Sophie married William, then the Prince of Orange, on June 18, 1839. The marriage was challenging, marked by personality clashes and differing views, but she was widely known as an intellectual, a collector, and a devoted mother. She was also a prominent figure in Dutch society, known for her strong will and engagement in various social causes.
Zie de geboorten van Wilhelm Maria Friederich & Sophie Marie Johanne Samen met haar man en diens broer Anton Bohrer gaf Louise Bohrer in 1833 en 1834 concerten in Stuttgart. In september 1835 werd hun zoon Wilhelm Maria Friedrich geboren, in 1837 hun dochter Sophie Marie Johanne. In 1842/43 ondernam Max Bohrer een concertreis naar Amerika. Of Louise Bohrer haar man vergezelde, is niet te achterhalen.
Louise Dulcken and her sister Fanny received piano lessons from their mother. Their first public performance took place in Munich in 1814.
On 20 July 1824, she married cellist Max Bohrer (1785-1867). Her sister Fanny married his brother Anton on 20 July 1824.
In 1827, both couples moved to Paris, where they gave concerts together.
In August 1828, the Münchener Allgemeine Musik-Zeitung wrote about a concert in Paris: “Mad. Max. Bohrer, who had not yet been heard in Paris, played a trio by Beethoven and variations on her own composition on the song: der Schweizerbub”. (Münchener aMZ 1828, Sp. 720).
During the joint concerts, at which works by Beethoven, Mozart and Haydn were played, Louise Bohrer also performed solo pieces, for example works by Henri Herz. Driven out by the July Revolution in 1830, the Bohrers left Paris and moved first to London and then to Stuttgart.
From around 1831, Louise Bohrer was court pianist and teacher to the princesses in Stuttgart.
See the births of Wilhelm Maria Friederich & Sophie Marie Johanne
Together with her husband and his brother Anton Bohrer, Louise Bohrer gave concerts in Stuttgart in 1833 and 1834. In September 1835, their son Wilhelm Maria Friedrich was born, followed by their daughter Sophie Marie Johanne in 1837.
In 1842/43, Max Bohrer undertook a concert tour of America. It is not known whether Louise Bohrer accompanied her husband.
1805 - Franzisca Magdalena , dochter van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia Francisca (Fanny) kreeg, net als haar zus Louise, les van haar moeder. In 1824 trouwde ze met de violist Joseph Anton Bohrer (1783-1863) en verhuisde in 1827 met hem, haar zus en diens man Max naar Parijs.
Over haar concertactiviteiten kunnen geen betrouwbare uitspraken worden gedaan.
In de “Allgemeine musikalische Zeitung” worden vaak concerten van “Mad. Bohrer” vermeld, maar een eenduidige toewijzing aan Fanny Bohrer is niet mogelijk. Volgens Schilling stond ze “als praktisch pianiste vrijwel op gelijke voet” met haar zus, waardoor kan worden aangenomen dat ze net als haar zus samen met haar man optrad en in een trio of mogelijk ook in een kwartet met Max en Louise Bohrer speelde.
Ze is de moeder van Sophie Bohrer.
Like her sister Louise, Francisca (Fanny) was taught by her mother. In 1824, she married the violinist Joseph Anton Bohrer (1783–1863) and moved with him, her sister and her sister's husband Max to Paris in 1827. No reliable statements can be made about her concert activities, although the Allgemeine musikalische Zeitung frequently mentions concerts by “Mad. Bohrer”, although it is not possible to clearly identify these as Fanny Bohrer. According to Schilling, she was “probably quite equal to her sister as a practical pianist,” so it can be assumed that, like her sister, she performed with her husband and played in a trio or possibly also in a quartet with Max and Louise Bohrer.
She is the mother of Sophie Bohrer.
1807 - Violanda Dulcken, dochter van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia
1808 - Juliana Johanna , dochter van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia
1813 - Alexander, zoon van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia
1817 - Carolina Charlotte, dochter van Jan Lodewijk (Louis) en Sophia
Met dank aan Sándor Krause en Ivo de Bruin
Zijn werk
Dulcken heeft zich in zijn lange carrière ontwikkeld door steeds nieuwe verbeteringen uit te proberen. Zijn werk laat zien dat hij door verschillende stromingen beïnvloed is.
Van zijn vader en grootvader heeft hij geleerd hoe hij de constructie van de instrumenten optimaal moet maken. Zijn manier van het vastzetten van de klankbodem is typisch iets dat hij van thuis heeft meegenomen. Ook het verlijmen van de wanden van de klankkast op de bodem waarbij de wanden eerst verlijmd worden voordat hij met de verdere bouw van de fortepiano begint, is iets wat hij uit Hasselt/ Antwerpen heeft meegenomen. In de keuze voor de dikte van de verschillende onderdelen is de invloed van zijn vader en grootvader te herkennen.
Daarnaast is hij ook beïnvloed door de Augsburgse pianobouwer Andreas Stein en door andere Zuid-Duitse instrumentenbouwers.
Muziekkenners vertellen dat Louis Dulcken tijdens zijn leven beschouwd wordt als de meest succesvolle pianobouwer van München. Hij wordt geprezen voor bijvoorbeeld de kwaliteitskenmerken van zijn instrumenten. Ze hebben 'een puur sonore toon', houden 'een permanente stemming' en kunnen fagot, harp, harmonica enz. nabootsen door middel van een slim aangebracht mechanisme'. Ze worden gekenmerkt door 'een elegante en smaakvolle constructie', waardoor zijn instrumenten zeer gerespecteerd en welkom zijn. Kortom Dulcken is geniaal in zijn manier van bouwen. Hij weet klanken uit zijn instrumenten ten gehore te brengen die luisteraars tot vervoering brengen.
Zijn piano’s vallen in de prijzen. Hij ontvangt zowel in 1819 als in 1820 op een grote tentoonstelling in München een medaille voor zijn voortreffelijke fortepiano’s. Vader Johannes Lodewijk sr. heeft het succes van zijn zoon nog mee mogen maken. Louis Dulcken signeerde zijn latere instrumenten - die gebouwd werden na 1820: Louis Dulcken et fils of Louis Dulcken et fils in Münich, of Louis Dulcken und Sohn in München. Op 25 juni 1831 deed Dulcken afstand van zijn functie als koninklijk bouwer van klavierinstrumenten; hij overleed vijf jaar later.
In zijn testament noemde Dulcken als erfgenamen zijn vrouw Sophie Lebrun (Londen, 20 juni 1781-d München, 23 juli 1863), zijn zonen Theobald en Heinrich, zijn getrouwde dochters Louise en Franziska Bohrer, en zijn toen nog ongetrouwde dochters Violande, Johanna en Caroline Dulcken.
Theobald als bedrijfsleider en Heinrich als bouwer vervulden blijkbaar de verplichtingen van hun vader na diens dood, maar sloten de winkel al snel.
Beide zonen verhuisden uiteindelijk naar Londen waar Theobald wolhandelaar werd en Heinrich organist. Louise en Franziska waren getrouwd met de broers Max en Anton Bohrer; Louise werd hofpianiste in Stuttgart.
Violande werd concertzangeres in München.
Ludwig Dülcken, Hofklaviermacher. Krankheit: Organische Fehler des Herzens. Alter: 76 Jahre.
"Dulken, (Johann Ludwig), wurde zu Amsterdam den 5. August 1761 geboren, lernte in seiner Vaterstadt, und dann in Paris von seinem Vater Klaviere, Fortepiano und dergleichen Instrumente bauen, und wurde vom Churfürsten Karl Theodor als mechanischer Klaviermacher an seinem Hofe zu München 1781 angestellt, in welcher Eigenschaft er sich noch befindet, und daselbst den 18. April 1799 die berühmte Klavierspielerinn Sophie Le Brün heirathete. Dieser Künstler erwarb sich durch seine vortreffliche Fortepiano, die einen reinen, sonoren Ton haben, eine andauernde Stimmung halten, und durch einen geschickten angebrachten Mechanismus Fagote, Harfe, Harmonika etc. nachahmen, die vom Friederici in Gera erfundene Bebung vortrefflich enhalten, u. s. w. auch sich durch eleganten und geschmackvollen Bau auszeichnen, große Celebrität, seine Instrumente sind sehr gesucht und willkommen, und finden zahlreichen Abgang nicht nur in ganz Deutschland, sondern auch in Frankreich, in der Schweiz, Italien, Rußland u. s. w." Baierisches Musik-Lexikon, 1811, p. 70