Multimedia Art Productions

Scherm­afbeelding 2025-07-04 om 08.40.15

23 februari 1757 (bevestiging van het testament)
Nu is Johan Daniel ziek en ligt te bedde (maar helder van geest), terwijl zijn vrouw gezond is van lijf leden en verstand. Er komt een toevoeging bij: De instrumenten en gereedschappen moeten naar zijn zoon Joannes – maar pas nadat zijn vrouw is overleden, niet eerder. Joannes heeft de verplichting om naar beste vermogen daarmee zijn jongste zuster (Henrietta, geboren 1747) te onderhouden.


zegel = Pieter Huybrechts, Antwerpen, actief 1735-1777 – Felixarchief

N#3092_00031 kopie

Parijs
Op heden den 23' febrij. 1757
Compareerde Sr
Johan Daniël
Dulcken
, inwoonder deser
Stadt mij notaris bekent
Sieckelijck inden lichaeme
Ende te bedde liggende,

N#3092_00032 kopie

Op heden den 23’ febrij. 1757.
compareerde Sr Johan Daniel Dulcken
inwoonder deser Stadt, mij notaris bekent
sieckelijck in den lichaeme en te bedde
liggende, nochtans sijne zinnen, memorie
ende verstandt over al wel maghtigh zijnde
ende volkomentlijck gebruijckende, gelijck
dat claerlijck bleke den welcken alnoch
verclaerde te lauderen ende ’t approberen
sijn testament op 26 augustus 1751 voor
mij not[ari]s present getuijgen in reciprocque
forme met sijne huijsvrouwe Joff Susanna
Maria Knoepfel gemaeckt ende gepasseert
immers voor soo veele met dese niet ter
contrarien en wordt gedisponeert tot
Het welck hij compt (comparant) verclaert te voegen
het naervolgende, te weten soo wilt ende
begeert hij compt (comparant)….
dat alle ende Igelijcke
sijns compts (comparant’s) gereetschappen ende Instru-
menten eenighsints dienende tot sijns
compts (comparant’s) stiel ende affairen van orgels,
clavercimbels ofte diergelijckx te maken
naerde doodt van sijne voorgemelde
huijsvrouwe maer eerder niet, soo ende gelijck


N#3092_00033 kopie

de selve ten daeghe van’t overleyden van
sijne voorgemelde huijsvrouwe sullen
existeren in cas de selve (in casu -
in het geval dat) hem comparant
komt te overleven sullen moeten volgen
aen sijnen sone
Joannes Dulcken actue-
lijck noch bij hem woonende sonder
tegenseggen van imanden de selve van
alsnu voor alsdan aenden selven sijnen
sone prelegaterende bijdesen opden last
van
sijne jonghste sustere daer uijt voorts te helpen voorsoo ver
mogelijckx.

Dit verclaerde hij compt (comparant) te wesen sijne additie
van testament ende ordonnantie van uijter-
sten wille, willende ende uijterlijck begeren
dat het gene voorge (voornoemde) standt grijpen (uitvoeren) ende vol-
komen effect sorteren zal ’t zij bij forme
van codicille, donatie ofte hoedanige
andere mahagie (schikking, legaat) soo ende gelijck imandts
uijterste begeerte best van weerde sijn kan
ofte magh, niet tegenstaende ettc. allen deselve derogerende bij
desen, versoeckende ettc.
actum ’t antwerpen
ter presentie van mr Pieter Huijbrechts comp (comparant)

notaris ende Gerardus Mombaert als getuijgen die
beneffens den compt (comparant= Dulcken) verclaerden te konnen schrijven
naer dat het aen hun alle door mij notaris was afgevraegt



dulcken sterfbed


Scherm­afbeelding 2025-04-04 om 15.06.15 2
Johan Daniël Dulcken gestorven 11 april 1757 en begraven naar Putt.

In 1692 kreeg de kruisgemeente de Olijfberg haar eerste officieuze erkenning. In dat jaar was een aantal katholieken drie huizen van protestanten binnengevallen nadat de bewoners ‘aanstoot’ hadden gegeven tijdens een processie. Toen de magistraat van Hulst in naam van de gereformeerden hierover een klacht indiende, antwoordden de schepenen van Antwerpen:
wij sullen van onse sijde niet nalaaten de Gereformeerden alhier te protegeeren voor zooveel het in alle Reedelijkheid sal bestaan en mits sij hen vermijden eenige publieke schandaalen te geven.

Daar de protestanten sinds 1589 geen eigen kerkhof meer hadden, konden ze hun doden niet meer deftig begraven. De officiële kerkhoven waren immers gewijde grond, en daar kon/mocht een ketter niet liggen. Er was wel wat te regelen met enkele kloosterordes (m.n. bij de Cellebroeders), maar dat ‘voelde niet goed’. Veel protestanten (en Joden) lieten de stoffelijke resten van hun gestorven familieleden dus overbrengen naar de dorpjes Putte en Ossendrecht, net over de grens. In Putte was er op de begraafplaats zelfs een speciaal kerkje voor voorzien (terwijl de dorpsbewoners zelf rooms waren). Indien je niet protestant was, liet je je als geboren Antwerpenaar niet daar begraven. Ergo




Hoplant

Johan Daniël Dulcken, de klavecimbelbouwer woonde volgens de avertentie in de Gazette van Antwerpen van 1756 “in ‘t Hoplant over de Engelsche Theresen”. Hier dus:

image001

Theresen = Theresianen = volgers van ‘Theresa van Avila’ = Carmelietessen.
Engelse = onderscheid met de Spaanse (die hadden/hebben hun klooster op Rogier)
Discalsen = Ongeschoeide Carmelieten.
Op de kaart “Angels Descalses”



hopland

Scherm­afbeelding 2025-07-06 om 13.49.23
Scherm­afbeelding 2025-07-06 om 13.52.12


Als zijn weduwe (Susanna Maria Knoepfflen) in 1763 naar Brussel verhuist, verkoopt ze het pand. In de verkoopacte blijkt het gaan om drie aanpalende huizen, die Joh. Daniel Dulcken op 21 januari 1746 gekocht heeft van een zekere Joanna Albertina de Wilde:
drije huijsen met den gronde ende toebehoorten nu tot eene huijsinghe geapproprieert sijnde, gestaen ende gelegen in het hoplandt alhier, tusschen de huijsinge van Jasper De Vergenis aen d’eene sijde, ende t’ huijs genaamt den Arendt aen d’ander sijde

BRON

  • Verkoopacte , verleden te Antwerpen op 8 augustus 1763, notaris Petrus Josephus Gabriel Steencruijs.

  • Verkopers: Susanna Maria Knoepfell, weduwe van Joan Daniel Dülcken, handelend in eigen naam en als voogdes (“momboiresse”) van haar drie minderjarige kinderen. Johanna Dülcken, volwassen dochter van Joan Daniel Dülcken, bijgestaan door haar echtgenoot en voogd Johan Herman Faber.

  • – met volmacht van zoon Johan Ludovicus Dülcken van 26 juli 1763 (Hasselt), en met toestemming van de stad (appostille) van 2 augustus 1763

SAMENVATTING
  • Het betreft drie huizen die zijn samengevoegd tot één woning, gelegen in het Hopland tussen de huizen van Jasper de Vergenis en het huis genaamd Den Arendt.

  • Deze huizen zijn oorspronkelijk verkregen door Joan Daniel Dülcken op 21 januari 1746, via/van Joanna Albertina De Wilde.

  • Het goed wordt verkocht aan Jouffrouwe Isabella Eijletten voor de som van vierduizend gulden.

  • Daarvan wordt 3.200 gulden expliciet genoemd als reeds voldaan bedrag voor de overdracht.

  • De goederen zijn vrij van lasten en schulden, met uitzondering van een jaarlijkse erfpacht van 32 stuivers aan de “Vicarissen van Onze-Lieve-Vrouw”.

  • Er was een erfelijke rente van 1.200 gulden op het huis, maar deze is inmiddels afgelost en maakt dus geen deel meer uit van de koop.

  • De weduwe Susanna Knoepfell moet het aandeel van de drie minderjarige kinderen uit de koopprijs reserveren en terugbetalen ten gunste van hun erfdeel.