
PAINTERS
CORNELIS KETEL
PAUL BRIL
PIETER CODDE
JAN JANSZ. DEN UIJL
ISAACK LITTICHUIJS
MUSICK'S MONUMENT DIGITALISATION PROJECTS
¶ Dat Evangelie, van S. Mattheus
¶ Dat Evangelie, van Sinte Marck
¶ Dat Evangelie, van Sinte Lucas
¶ Dat Evangelie, van Sinte Jan
¶ Die werken der Apostelen.
¶ Die Epistel van Sinte Pauwels totten Romeynen.
¶ Die eerste Epistel van S. Pauwels tot den Corinthen.
¶ Die tweede Epistel van Sinte Pauwels totten Corinthen.
¶ Die Epistel van Sinte Pauwels totten Galaten.
¶ Die Epistel van Sinte Pauwels totten Ephesien.
¶ Die Epistel van Sinte Pauwels totten Philippensen.
¶ Die Epistel van Sinte Pauwels totten Collossensen.
¶ Die eerste Epistel van Sinte Pauwels totten Thessalonicensen.
¶ Die tweede Epistel van Sinte Pauwels totten Thessalonicensen.
¶ Die eerste Epistel van Sinte Pauwels tot Timotheum.
¶ Die tweede Epistel van Sinte Pauwels tot Timotheum.
¶ Die Epistel van Sinte Pauwels tot Titum.
¶ Die Epistel van Sinte Pauwels tot Philemon.
¶ Die Epistel van Sinte Pauwels totten Hebreen.
¶ Hier beghint die Epistel van Sinte Jacob.
¶ Die eerste Epistel van Sinte Peeter.
¶ Die tweede Epistel van Sinte Peeter.
¶ Die eerste Epistel van Sinte Jan.
¶ Die tweede Epistel van Sinte Jan.
¶ Die derde Epistel van Sinte Jan.
¶ Die Epistel van Sinte Judas.
¶ Die openbaringhe van Sinte Jan.
NOVUM TESTAMENTUM LATINOGERMANUM, ea fide & diligentia versum, & sic unum alteri coaptatum, ut verbum verbo, & sententia sententiae respondeat. Secundum translationem Hieronymi. Dat nieuwe Testament in Latijn ende Duyts, met grooter naersticheyt over gheset, ende also te samen ghevoecht, dat het een woort teghen het ander, ende die een sententie teghen dander ghestelt is. Na S. Hieronymus translatie. [...] (A1r)
New Testament complete
Crom, Matthias
Antwerp
1539
EGYPT & NUBIA VOL. I, II & III DRAWINGS MADE ON THE SPOT BY DAVID ROBERTS, R.A.
WITH HISTORICAL DESCRIPTIONS BY WILLIAM BROCKEDON, F.R.S.
LITHOGRAPHED BY LOUIS HAGHE
LONDON. F.G. MOON, 20 THREADNEEDLE STREET,
PUBLISHER IN ORDINARY TO HER MAJESTY.
MDCCCXLIX.
THE MUSICK'S MONUMENT MEDIEVAL LIBRARY
• Huis Bergh HS. 3. Ghent. XVd
Processionale // P, (8), 8o, 86 f., 192: 139 (30; 17, 132: 15, 95) // 1 min. on vellum, 28 in. penwork // Contemp. binding.
• Huis Bergh HS. 4. Utr. XVd
Horae // V (8), 136 f., 140: 1O4 (18; 17, 80: 15, 59) // 10 painted in., penwork, borders (G) // Van Heek p. 103, Leloux 1980 p. 185.
Diplomatische multimediale editie bezorgd
door dr. Willem Kuiper & Matthijs Holwerda M.A.,
Leerstoelgroep Historische Nederlandse Letterkunde Universiteit van Amsterdam
• Huis Bergh HS. 5. Holl. XVd
Horae // V (8), 87 f., 90: 74 (17; 8, 75: 20, 47) // 4 painted in., penwork // Van Luttervelt p. 80, Leloux 1980 p. 186.
Diplomatische multimediale editie bezorgd door
door dr. Willem Kuiper & Matthijs Holwerda M.A.,
Leerstoelgroep Historische Nederlandse Letterkunde Universiteit van Amsterdam
• Huis Bergh HS. 9. Brugge. XVd
Horae // V (8), 136 f., 205: 145 (19; 28, 117: 17, 78) // 14 min., 28 inh. in., 63 painted in., borders (G) // Original binding // Van Heek p. 96, 98.
• Huis Bergh HS. 26. Fr. (?). XVd
Horae, Prayers // V (8), 40 f., 90: 63 (14; 14, 43: 14, 30) // Painted in., borders (G).
• Huis Bergh HS. 29. Brugge (?). XVd
Horae // V (8), 170 f., 119: 86 (16; 19, 65: 15, 43) // 13 min., painted in., penwork, borders (G).
• Huis Bergh HS. 34. Fr. XVd
Sequences plus music, Manuale // V (8), 305 f., 148: 97 (21; 12, 98: 15, 42) // 2 min., painted in., penwork, borders (G).
• Huis Bergh HS. 35. Luik. XIIId
Psalterium, Horae, Prayers // V (8), 176 f., 193: 124 (26; 18, 126: 15, 78) // 1 min., 24 hist. in., penwork, drôleries (G) // Van Heek p. 85, 107, Firmin-Didot, Sinclair p. 25.
MEDIEVAL ART COLLECTION CASTLE HUIS BERGH.
Het Mirakel van Amersfoort

Anno domini 1444 doe wert
dat beeldt onser liever vrouwen
hier buijten die campoert inden
water gevonden onder den ijesse
van eenre maghet die margriet
hieten, die op die tijt bij een
verwer woende, ende op den heij-
lighen Karsdach, hier in deser ca-
pelle gebracht van broeder Jan
van Schoenhoven onser vrouwen
broeder Carmelijt.
1
Item het was een priester van Hoorn, die twe iaer lanck zijeck geweest had aen die geelzucht, alzoe dat hij meinighe meijsterie dede, dat hem all nijet en halp. Hij loeffde zijn bedevaert tot Onser Liever Vrouwen t’Amersfoert ende hij wert gesont.
2
Item op S. Lamberts dach die wasser een kijndt vuijten lande van Buren ende had een kancker in zijn borst ende die ouderen loeffden haer bedevaert mitten kijnde mit eenen wassen beelde. Ende het kijndt wert gesont.
3
Item op den selven dach wasser een man van Aernhem, ende had een groot swell aen zijn lijff tot eenre stede, dat hij meende daer aen te sterven. Hij loeffde hier t’Amersfoert zijn bevaert tot Onser Liever Vrouwen ende hij wert gesont weder welvarende.
In den jare ons Heeren 1444 geschiede in de stadt van Amersfoordt een wonderlick mirakel.
Duizenden bedevaartgangers hebben sinds de vijftiende eeuw troost en hoop gevonden bij het kleine, onaanzienlijke Mirakel-beeldje van Onze Lieve Vrouwe van Amersfoort.
Ze is ontstaan uit een mal, gevuld met goedkope pijpaarde, een ‘massaproduct’ uit de middeleeuwen dat via markten en marskramers zijn weg vond naar de huizen van arme gelovigen. Het verhaal dat er aan ten grondslag ligt, heeft de lieflijke glans van elke Maria-legende:
De legende
In het jaar 1444 ging Geertgen Arents uit Nykercken op weg naar Amersfoort om daar in het klooster te treden. In een plunjezak droeg ze wat schamele bezittingen die aantoonden, dat bij haar thuis in Nijkerck armoede werd geleden. Geertgen schaamde zich vooral voor het goedkope Mariabeeldje dat ze bij zich had. Uit vrees dat de kloosterzusters op haar zouden neerkijken nam ze een vreselijk besluit: ze gooide de beeltenis van Maria de Moeder van Jezus, oneerbiedig in het water van de Eem.
Anno domini 1444 doe wert dat beeldt onser liever vrouwen hier buijten die campoert inden water gevonden onder den ijesse van eenre maghet die margriet hieten, die op die tijt bij een verwer woende, ende op den heijlighen Karsdach, hier in deser capelle gebracht van broeder Jan van Schoenhoven onser vrouwen broeder Carmelijt.
Welvaart voor de pelgrimsstad
Vanaf dat ogenblik waren de mirakelen niet uit de lucht: blinden die bij haar kwamen bidden konden weer zien, doven konden weer horen, zieken vonden genezing.
De geruchten over de wonderen van het beeldje van Onze Lieve Vrouwe in Amersfoort verspreidden zich snel. Een priester besloot in een boek alle getuigenissen op te schrijven van dankbare gelovigen die vervulling van hun wensen hadden gevonden. Het was een prachtig propagandamiddel want spoedig kwam de bedevaarten naar Onze lieve Vrouwe van Amersfoort op gang. Ze kreeg een uitstekende reputatie. De herbergiers en winkeliers voeren er wel bij. De dankbare bedevaartgangers vulden het offerblok met hun gulle gaven. De pastoor kon in de loop der tijden het interieur verfraaien met schilderijen, nieuw altaarzilver en een luxe communiebank gesneden uit glanzend eikenhout. Maar het grootste teken van Maria’s succes was de bouw van de Onze Lieve Vrouwekapel met toren die voor een groot deel werd gefinancierd uit de kas van de kapel met het mirakelbeeld.
Mirakel op paneel
Het wonder gaf een anonieme schilder in de 16de eeuw inspiratie om de legende van Griet Albert Ghisen op hout te schilderen. Het decor toont de stad Amersfoort in al zijn middeleeuwse pracht. De toren van de Onze Lieve Vrouwekerk steekt triomfantelijk boven de bakstenen huizen uit. Langs een gracht staat een paar verwonderd naar het tafereel te kijken dat zich op de voorgrond afspeelt: Griet Albert Ghisen vist - gekleed in een vlammend rode jurk - in haar emmer het beeldje van Maria uit het water. Dankzij dit sterk tot de verbeelding sprekende schilderij hechtte het wonder van Amersfoort zich tot op de dag van vandaag in het geheugen van duizenden gelovigen.
Het Mirakelboek
Het middeleeuwse Mirakelboek werd zo vaak ter hand genomen dat het uit elkaar begon te vallen. Een zorgzame kerkdienaar heeft het netjes overgeschreven. Het getuigt op ontroerende wijze van godsvrucht en liefde voor Onze Lieve Vrouwe. Dit boek bevindt zich nog altijd in de Oud-Katholieke kerk van de H. Georgius op ’t Zand. Enkele citaten:
Item het was een kijndt van Jutfaes, wende was lange tijt creuepel ende lam mit beijen beenen. Die olders loeffden haer bevaert tot Onse Lieve Vrouwe t’Amersfoert ende dat kijndt bestont te gaen ende dede zijn bedevaert.
Item was een vrou van Zwolle ende hadde iij jonge kijnderen; dat een viel doot van een solre; dat ander kijndt sat ende att appelen; daer quam een vercken en beet hem off beijde zijn handen; dat derde kijndt wert van haer buers kijndt int spuelen offgesteecken zijn keel. Als dit die moeder sach van ongenueghten wert zij cranck van sinnen, alzoe datmense bracht te Gheel te pilrimars. Zij bleeff allonsinnch. Daarna loeffden zij ende haer vrienden tot Maria in Amersfoert ende zij quam zedich ende sijnnich en dede haer bevaert ende danckte Maria.
Item het was een man van Cortehoeff, die geslaghen was tusschen zijn scholderen mit een bijel, datter zijn adem doore gijnck ende lach in groter raserie, dat hem d’meijsters tot Utrecht overgaven. Hij loeffde zijn bevaertin linne clederen Onse Lieve Vrouwe t’Amersfoort te versoecken ende hij is in iiij of v uren ontslaep geworden. Ende doe hij weder ontwaecte. Docht hem, dat hij niet gewont en was. Ende hij is daer nae terstont gebetert.
Het Mirakelbeeldje
De tand des tijds spaarde Onze Lieve Vrouwe niet: de kleuren vervaagden, de pijpaarde verbrokkelde en het kroontje viel van haar hoofd. Er zat niets anders op dan de miraculeuze resten aan het oog van de gelovigen te onttrekken. Er werd een mooie schrijn vervaardigd getooid met de beeltenis van Maria en Kind. Daarin rusten de resten nog altijd.
Elk jaar vindt er in mei nog een Maria processie in Amersfoort plaats om het mirakel te gedenken. De met wijwater besprenkelde deelnemers verlaten de Oud Katholieke Kerk en gaan van de Onze lieve Vrouwetoren naar de plek waar het beeldje uit het water zou zijn opgehaald. Na een gebed keren de processiegangers terug naar ’t Zand om in de katholieke St. Xaveriuskerk de plechtigheid af te sluiten met een liturgieviering.
Een mooie traditie rond een oude legende in een prachtige stad.
Thera Coppens
Het Mirakelgedicht
In de Koninklijke Bibliotheek Albert I te Brussel wordt het Mirakelgedicht Hss. 8179-8180 bewaard.
Het Mirakelgedicht waarvan de auteur anoniem is gebleven, bevond zich oorspronkelijk op een memorietafel, een gedachtenisbord, geplaatst of gehangen boven het graf van de vindster van het Mirakelbeeldje. Het gedicht geeft een levendige beschrijving van de vondst van het beeldje die Amersfoort tot het belangrijkste laat-middeleeuwse bedevaartsoord in de noordelijke Nederlanden zou maken. Het moet zijn ontstaan in of kort na 1493, het jaar waarin de vindster overleed.
R.M. Kemperink


KORTE VIDEO MIRAKEL VAN AMERSFOORT
LANGE FILM MIRAKEL VAN AMERSFOORT
MIRAKELBOECK ONSER LIEVER VROUWEN ’T AMERSFOERT
¶ MIRAKEL 001-003
¶ MIRAKEL 004-010
¶ MIRAKEL 010-012
¶ MIRAKEL 013-015
¶ MIRAKEL 015-021
¶ MIRAKEL 021-027
¶ MIRAKEL 027-031
¶ MIRAKEL 032-035
¶ MIRAKEL 035-040
¶ MIRAKEL 040-043
¶ MIRAKEL 044-046
¶ MIRAKEL 046-051
¶ MIRAKEL 051-055
¶ MIRAKEL 056-059
¶ MIRAKEL 060-064
¶ MIRAKEL 064-067
¶ MIRAKEL 067-071
¶ MIRAKEL 072-076
¶ MIRAKEL 077-081
¶ MIRAKEL 081-084
¶ MIRAKEL 084-088
¶ MIRAKEL 088-091
¶ MIRAKEL 092-097
¶ MIRAKEL 098-102
¶ MIRAKEL 103-108
¶ MIRAKEL 109-114
¶ MIRAKEL 114-117
¶ MIRAKEL 117-121
¶ MIRAKEL 121-126
¶ MIRAKEL 126-131
¶ MIRAKEL 132-136
¶ MIRAKEL 136-141
¶ MIRAKEL 141-144
¶ MIRAKEL 144-147
¶ MIRAKEL 147-150
¶ MIRAKEL 151-153
¶ MIRAKEL 153-157
¶ MIRAKEL 157-160
¶ MIRAKEL 160-162
¶ MIRAKEL 163-165
¶ MIRAKEL 165-167
¶ MIRAKEL 167-171
¶ MIRAKEL 171-174
¶ MIRAKEL 174-178
¶ MIRAKEL 178-181
¶ MIRAKEL 182-184
¶ MIRAKEL 184-188
¶ MIRAKEL 188-191
¶ MIRAKEL 191-194
¶ MIRAKEL 194-197
¶ MIRAKEL 197-200
¶ MIRAKEL 200-203
¶ MIRAKEL 203-206
¶ MIRAKEL 206-208
¶ MIRAKEL 208-210
¶ MIRAKEL 211-213
¶ MIRAKEL 213-215
¶ MIRAKEL 215-218
¶ MIRAKEL 218-220
¶ MIRAKEL 221-223
¶ MIRAKEL 223-226
¶ MIRAKEL 226-228
¶ MIRAKEL 228-230
¶ MIRAKEL 231-234
¶ MIRAKEL 234-236
¶ MIRAKEL 236-238
¶ MIRAKEL 239-241
¶ MIRAKEL 241-244
¶ MIRAKEL 244-246
¶ MIRAKEL 246-249
¶ MIRAKEL 249-251
¶ MIRAKEL 251-254
¶ MIRAKEL 254-256
¶ MIRAKEL 256-259
¶ MIRAKEL 260-261
¶ MIRAKEL 261-263
¶ MIRAKEL 263-266
¶ MIRAKEL 266-269
¶ MIRAKEL 270-272
¶ MIRAKEL 272-274
¶ MIRAKEL 275-278
¶ MIRAKEL 278-281
¶ MIRAKEL 282-285
¶ MIRAKEL 286-289
¶ MIRAKEL 289-292
¶ MIRAKEL 292-296
¶ MIRAKEL 296-298
¶ MIRAKEL 299-300
¶ MIRAKEL 300-302
¶ MIRAKEL 302-303
¶ MIRAKEL 303-305
¶ MIRAKEL 306-308
¶ MIRAKEL 308-310
¶ MIRAKEL 310-312
¶ MIRAKEL 312-313
¶ MIRAKEL 314-316
¶ MIRAKEL 316-317
¶ MIRAKEL 317-319
¶ MIRAKEL 319-321
¶ MIRAKEL 321-324
¶ MIRAKEL 324-327
¶ MIRAKEL 328-331
¶ MIRAKEL 331-334
¶ MIRAKEL 334-336
¶ MIRAKEL 336-337
¶ MIRAKEL 337-339
¶ MIRAKEL 339-342
¶ MIRAKEL 343-346
¶ MIRAKEL 347-350
¶ MIRAKEL 350-352
¶ MIRAKEL 352-354
¶ MIRAKEL 354-357
¶ MIRAKEL 357-360
¶ MIRAKEL 360-362
¶ MIRAKEL 363-366
¶ MIRAKEL 366-370
¶ MIRAKEL 370-374
¶ MIRAKEL 374-376
¶ MIRAKEL 376-379
¶ MIRAKEL 379-382
¶ MIRAKEL 382-385
¶ MIRAKEL 385-387
¶ MIRAKEL 387-390
¶ MIRAKEL 390-393
¶ MIRAKEL 393-394
¶ MIRAKEL 395-397
¶ MIRAKEL 398-400
¶ MIRAKEL 401-404
¶ MIRAKEL 404-407
¶ MIRAKEL 407-408
¶ MIRAKEL 408-410
¶ MIRAKEL 410-412
¶ MIRAKEL 412-414
¶ MIRAKEL 414-416
¶ MIRAKEL 416-418
¶ MIRAKEL 419-421
¶ MIRAKEL 421-423
¶ MIRAKEL 423-424
¶ MIRAKEL 424-426
¶ MIRAKEL 427-428
¶ MIRAKEL 428-430
¶ MIRAKEL 431-432
¶ MIRAKEL 432
¶ MIRAKEL 432-434
¶ MIRAKEL 434-438
¶ MIRAKEL 438-441
¶ MIRAKEL 441-443
¶ MIRAKEL 443-446
¶ MIRAKEL 447-451
¶ MIRAKEL 452-456
¶ MIRAKEL 456-459
¶ MIRAKEL 460-462
¶ MIRAKEL 463-466
¶ MIRAKEL 466-469
¶ MIRAKEL 469-473
¶ MIRAKEL 474-477
¶ MIRAKEL 477-479
¶ MIRAKEL 479-481
¶ MIRAKEL 481-484
¶ MIRAKEL 484-486
¶ MIRAKEL 487-489
¶ MIRAKEL 489-491
¶ MIRAKEL 491-493
¶ MIRAKEL 493-495
¶ MIRAKEL 495-497
¶ MIRAKEL 497-498
¶ MIRAKEL 498-500
¶ MIRAKEL 500-502
¶ MIRAKEL 502-503
¶ MIRAKEL 503-505
¶ MIRAKEL 505-508
¶ MIRAKEL 508-511
¶ MIRAKEL 511-513
¶ MIRAKEL 513-515
¶ MIRAKEL 515-517
¶ MIRAKEL 517-519
¶ MIRAKEL 519-522
¶ MIRAKEL 522-526
¶ MIRAKEL 526-527
¶ MIRAKEL 528-530
¶ MIRAKEL 530-531
¶ MIRAKEL 531-533
¶ MIRAKEL 533-534
¶ MIRAKEL 534
¶ MIRAKEL 535-537
¶ MIRAKEL 537-539
¶ MIRAKEL 539-542
¶ MIRAKEL 542
MIRAKELGEDICHT
Hoe Marien beelt ghevonden is van eenre / maget Mergriet, ende den tyt als dit beelt / hier gecomen ende Mergryt gestorven is
Maria, coninginne des hemels troen,
woude groet wonder, mirakelen doen
in Amersfoert, een stede versien
doer dit proper beelde ter eeren Marien,
des Godt ewich boven all ende in desen
gedanct, gheloeft, gheeert moet wesen.
Soe hevet dit beelde Marie behaget
ghevonden te sijn van eenre maget,
ghenaempt Margriet. In waren bewyse,
sy had een vader genaempt Albert Ghijse,
alhier in ‘t landt in der Duijst gheboeren.
Sij was van Maria alsoe wtvercoren,
dat sy der gratien beelde heeft ghevonden,
alsoe dese stede u doet oerconden.
Sy diende een verwer doe sij ‘t vant,
die Johan Huberden was genant
In welken dienst haer quam te voren
driemael in haren slaep in haer oren
een soete stemme, seer soetelic ludende,
ende was die maecht aldus bedudende:
“O Margriet, ontsprinct, hoert mijn woert:
ghy selt om water gaen buten die poert.
Staet op, staet op, wilt wel verstaen:
ghy selt sceppende vinden - doet mijn vermaen -
een suver Marien beelt onder den ijse.”
Eens, noch eens, soe als verstandel wijse,
heeft sy haer broetheer om raet gevraegt.
Hy nampt in spot: “Ay, live maecht,
‘t is droem, ‘t is droch ende anders nyet”.
Maer op een saterdach noch gheschiet
dat die stemme ten derden vermaende.
Doe stont sy op, ten water gaende
in gelove, in minnen ende op betrouwen,
ter eeren Godts ende Onser Lijver Vrouwen.
Tegen natuer soe stont daer stille
dat beelt der gratien nae Godts wille,
nijt drivende, nyt sinckende in den stroem:
dat was kenlic mijrakel, ‘t was geen droem.
Sy hevet haer handen tesamen geleyt
ende was ten dienste Marie bereyt.
Met gebogen knijen sy nederdaelde,
eer sy dat beelde uten water haelde
met vrese. Nochtans heeft sij ‘t blijdelic ontfaen
ende is daermede nae huijs gegaen.
Als sy dan dat beelde daer thuijs bracht,
heeft sy haer broetheer toegesacht:
“Siet nu broetheer, neemt des goem:
nu merckt men wel ‘t en is geen droem;
hebt nu geen spot maer gelover sterck.”
Die broetheer aensach dit wonder werck
met vreese, mit lieften. Al sonder verlet
hebben sy dat beelt op die spijnde gesedt,
des avonts te tijde sonder gebreken
een ongelkeerse daervoer ontsteken,
welc daervoer brande nae Godts onthoude
driemael langer dan sy soude.
Sy sagen soeveel myrakels gheschiet,
dat die broetheer seijde tot Margriet:
“Gaet doch, lieve, van stonden an
tot u biechtvader broeder Jan
van Schoenhoven, die Carmelijt,
ende segt hem hoe dat ghy sijt
altemael hiermede gevaren.”
Sy ginck hene haer biecht verclaren.
Daer die biechtvader in ‘t best op seyde:
“Brenckt mij dat beelde in hoersaemheijde.”
Dese Margiet dat nijt en liet
ende was gehoersaem; dat is geschiet.
Doch voer den kersdach - siet des vroet -
broeder Johan, dat beelde soet
aensiende, sijn harte verblijde
ende hevet terstont ten selven tijde
dat beelde in sijn huijs gebracht,
daer wonder gheschijde in dier nacht
aen sijn moeder, meer ander luden mede
die den beelde daer weerdichheyt deden.
Doe docht hij waer hy dat soude brengen.
Maer doer Godts ende Marien gehengen
- soe marct den tijt wel wtgesondert
doe men screeff dusent en vierhondert
ende vierenveertich ons Heeren jaer -
doe quam dit beelt hier openbaer,
namentlick op Sinte Stevensdach,
des men ‘t acht dagen voer gevonden sach,
hier van broeder Jan eerweerdichlic gebrocht.
Welck beelde in gratie hier wert versocht:
om die schone vertroestinge, miraculen, gratien
soe coemen hier pillegrim van verrre natien,
te water, te lande, doer bosch, doer heyde.
Gelovet sy Maria ende haer kijnden beyde.
Nu seldy hoeren in ‘t eynde verclaren:
een min dan omtrent vijftich jaren
leeffde Margriet - neempt des verstant -
naedien sy dit beelt in ‘t water vant
- tot dusent vierhondert dat jaer ons Heeren
ende tweentnegentich Maria ter eeren.
Doe woude Maria Margriet ontladen
om te rusten op Godts genaden.
Op Sinte Eloijenfest was saterdach
dat men Margriet gestorven sach,
hier neder begraven in groet eeren:
Godt gunne haer ewich te jubiliren.
Nu biddet alle die dit hier lesen
een Ave Maria haer sijel te wesen
ten hemel verheven, met Godt versoent
ende by Maria in vruechden gecroent,
ende wij altesamen mede te varen
by Maria in der engelen scharen. Amen.
Op een saterdach al by geval
dit beelt gevonden; verstaet oec wal,
een ander saterdach alhier beworven,
op een saterdach Margriet gestorven.
Marct dit wonder
elx bysonder.
Geextraheert wt den kerken / memortafel en is daerme bevonden / t’ accorderen.
Uit de Agnietenkroniek:
In den jare ons Heeren 1444 geschiede in de stadt van Amersfoordt een wonderlick mirakel. Alse dat eenre eerbaer vroupersoon, genaempt Griet Albert Ghisen, die Godt ende sijnre gebenedider moeder trouwelicken diende, deese werde drije mael van ons L. Vrouwe vermaent omtrent Kersmisse, dat sij haestelick soude gaen aen stads graft buijten de poort [Camp-poort], daer ‘t water hard bevrosen was, omdaer wt te trecken ons L. Vrouwen beelde, dat onder dat ijs was verborgen, ‘twelck met de stroom nijet wech en dreeff, nochte oock nijet te gronde en ginck, maer in dat lopende water bleef stil ende onbeweechlick staen. Deese Griet vertelde dit haren heer off meister dijen sy diende [Dese woonde int laeste huijs aan de Camppoort ende was genaempt Jan Huberts die verwer], om te horen wat hij haer riedt. Hij hieldet voor een ijdelen droom, belachte haer ende vermaende se, dat se daer van swygen soude. Nochtans doen sy derde werft vermaent was ende dorste zij niet langer vertrecken, maer sy stont wackerlick op ende met betrouwen ensde innicheijd ginck sij derwaerts ende in dier stede, daer men water putte, daer vant sij ‘t voorseijde Marienbeeld. [Griet Albert Gysen was geboren in de Duijst anno 1395 ende storff annno 1493, oudt 98 jaren]. Sij brack dat ijs ende buijchde oodmoedelick haar knijen ende nam dat beeld met alder oodtmoedicheyd wtten lopende water ende brachtet thuijs, daer hem van verwonderden alle die daer omtrent woonden. Ende sij settent in huijs op een tresoir en ontstack een keersse, die sy daervoor sette brandende, die wel drije mael langer brande alse gedaen soude hebben. Dit vertelde sij haer biechtvader, die seijde, dat sij het beeld t’sijnen huijse soude brengen, gelijck sij dede op Kerstavont, in welcken huijse oock des selven nachts ende des anderen daechs merckelicke mirakelen geschied sijn. De biechtvader was genoempt broeder Jan van Schoonhoven, Carmelyt. Deese biechtvader dit aenmerckende, nam dit beelde met eerwaerdichheijd ende brachtet oodmoedelick in ons L. Vrouwen kercke op St Stevens dach, op een Saterdach, daer van naebij en van verre veel personen in pilgrimagie sijn gecomen ende veel mirakelen geschiedt.
In den voors. jare 1444 quam eene Geertgen Arents van der Nykercken tot Amersfoort in den convente van St Agnieten om suster te worden ende blyven. Ende doe sy onderweegen was, dacht sij, wat sij doen soude met dat cleijn simpel beeldeken van ons L. Vrouwe, ‘twelck sij hadde onder haer cleinitten, die sij met haer bracht. Ende doe sij bij de Camppoort quam, dacht zij, dattet schande was, dat sij sodanich beeldeken in ‘t clooster soude bringen ende de ’susteren laten sijen. Ende met onbedachtichheydt werp sij ‘tselve beeldeken in de waterbeeck, daar het corts daer nae in gevonden worde. Want doen sij hoorde d’veele groote mirakelen, die in ons L. Vrouwen ofte St Joosten capel geschieden door een sodanigen beelde, die van sulcken forme ende maecksel was ende in de voors. stede gevonden, soo plach sij dat oodmoedelick te belijen, dattet ‘tselven beelde was, ‘twelck sij soo onberadelick ende onwijselick in ‘t water geworpen hadde.
In den jare 1445 openbaerde ons L. Vrouwe aen suster Geertruyd Willems, oude procuratrix van d’voors. convente, als dat tot haerder eere, vermits veel pelgromsgiften, offerhande ende devotien, men een hoogen schoonen toorn soude timmeren.
Eén van de manieren waarop men het verhaal van de wonderbaarlijke vondst verspreidde, was in dichtvorm. Aangezien veel mensen nauwelijks konden lezen of schrijven, was dit de beste manier om informatie over te dragen. Gedichten konden makkelijker onthouden en voorgedragen worden dan proza. Zie Mirakelgedicht
The miraculous discovery of a statue of the Virgin and Child, when in 1444, a young woman Geertgen Arents from Nykercken came to the town of Amersfoort to enter the Agnieten-Convent. Before passing through the town gate[ Campoort], she took a plain figurine of the Virgin and Child from her belongings and threw it in the water, because she was embarrassed to show the humble work to the sisters at the convent. A few weeks later, another woman, Griet Albert Ghisen, had three successive visions in which she was instructed to go to the canal by the town gate to rescue the Virgin Mary from the water. When she arrived there, the woman saw the discarded figurine lying under the ice which covered the flowing water. She fished it out and took it home with her. After she had told her story to the priest, the statue was taken to the Church of Our Lady of Amersfoort. Subsequently, various miracles attracted numerous pilgrims. Unfortunately, little is left of the miraculous figurine, making it difficult to describe or date it accurately. From what remains one can deduce that it was a very simple statue made of pipe clay.
A c.1525 panel painting, made for the church of Our Lady in Amersfoort, shows the miraculous discovery of the statuette in 1444, but the painter added a church tower, which was not finished until 1470, financed by the pilgrimage revenues.
ART COLLECTION OLD CATHOLIC CHURCH AMERSFOORT
PAINTERS
CORNELIS KETEL
PAUL BRIL
PIETER CODDE
JAN JANSZ. DEN UIJL
ISAACK LITTICHUIJS
Foundation Musick's Monument