Het testament van Arnoldina van Benthem 1744

Ik Arnoldina van Benthem in dezen geassisteerd door getuige Egbert Lakke, overdenkende de zekerheid des doods en het onzekere uur en tijd van deze, heb om deze reden het goedgevonden deze laatste wilsbeschikking op te stellen. Daarmee verklaar ik dat alle vorige testamenten , codicillen enz, niet meer geldig zijn. Hiermee kom ik tot mijn laatste wil die na mijn door opgevolgd moet worden en ik verklaar daarmee mijn neef de Heer Frederik Henrik van Benthem tot mijn enige erfgenaam van alle goederen die ik nalaat ( nadat daar van de volgende legaten uitgedeeld en betaald). Ik wil en begeer vervolgens dat de huisvrouw van de Heer Majoor Tuessink, de weduwe Verdelft, de weduwe van Jan Bode en Gerrit Bode, op kosten van het sterfhuis, in het sterfhuis, gezamenlijk en ieder apart zo lang zullen mogen verblijven totdat de navolgende legaten allemaal zijn uitgekeerd:
Ik legateer aan Gerrit Bode en wanneer hij overleden is aan zijn erfgenamen:
1. Mijn huis in de Ridderstraat achter de kerk, vroeger door mij zelf bewoond, met een hof en
stal en het huisje aan de stal doorlopende tot aan de Regenboogsteeg.
2. Vier morgen weideland in Mastenbroek dicht bij de werf die door Klaas Rouwenhorst is
aangekocht.
3. Een stuk buitendijks land , ongeveer twee morgen groot bij Cellemuiden dat op dit moment
door Wessel Wessels in gebruikt wordt.
4. Een stukje buitendijks land van anderhalf morgen groot buiten de Enge poort aan de onderweg
gelegen dat van Van Duren is aangekocht.
5. Een stukje weidegrond in het Santvoort groot twee koeienweides, gelegen buiten de Enge
poort, genaamd het Kampien.
6. Een obligatie drieduizend Car. Guldens waard gelegen op het Comptoir te Amsterdam, ten
name van de kinderen van Arend Louis en Anna Zwanwijk met als datum 1 mei 1709 die ik
geërfd heb uit de boedel van mijn broer de Heer Frederik van Benthem.
7. Twee verzegelingen, de ene van driehonderd en de andere van tweehonderd car. Gulden op
een stuk buitendijks land van Klaas Trosten. ( met onbetaalde rente)
8. Een obligatie van honderd car. gulden ten laste van de stad Hasselt ( met onbetaalde rente)
9. En nog tweeduizend daalders contant geeld
10. Het cabinet met de daarop staande porselein en de paarlemoeren schotels.
11. Een bed en bijbehorende peluwe met vier kussens met een smalle streep
12. Een Japanse deken en een nieuwe witte deken die in de kelderkamer ligt.
13. Alle koper en tin dat in de bottelerie staat.
14. Het witte vloerkleed
15. Twee zilveren kandelaren met een snuiter en snuiterbak
16. Een zilveren poederdoosje met een deksel
17. Een zilveren theebus,
18. Al mijn huisraad in de voorkamer, met het bed
19. Al het huisraad in het voorhuis en in de gang en in de achterkeuken
20. Alle stoelen en stoelkussens in het hele huis
21. De notenbomentafel en de twee gerridons die er bij horen
22. Het ledikant inde Zaal met rode trijpen behangsel
23. Een rood trijpen tafelkleed
24. Al het beddegoed op het ledikant
25. De twee platen in het Zaal
26. De witte stenen tafel27. Twee pak lakense rouwkleren met twee nieuwe hoeden en verder wat bij de rouw behoord
28. Zes breed doekse lakens en drie paar nieuwe slopen
29. Twaalf mooie servetten, twee tafellakens
30. De spiegel in de witte keuken
31. De grote zilveren kop, zes zilveren lepels en zes zilveren vorken ieder met vier tanden.
32. Een zilveren zoutvat
33. Twee kleerborstels met zilver beslagen
34. Het porselein dat voor de schoorsteen staat
35. De schilderijen voor de schoorsteen in de witte keuken
36. De twee schilderijen aan weerszijden van de schoorsteen
37. het schilderij dat in het kastje staat tussen de witte keuken en de achterkeuken
38. Alle kleine schilderijen in de achterkeuken
39. Het schilderij van de Heer in de Zaal met de lob om de hals geschilderd en de twee kleine
schilderijen die er onder hangen
40. De kast in de Zaal met de voorwerpen daarop
Aan Hendricus Bode, zoon van Gerrit Bode en Margaretha Agnis van Zuijlen:
1. Duizend daalders of daarvoor in de plaats het hoge land van brumpers met de Schrade gelegen
bij de molen aan de weg van het huis bewoond door Hendrik Hillebrants
Aan Tiementien Stuels, weduwe van Jan Verdelft:
1. Duizend Car. guldens
2. Mijn huis aan de Markt, naast Jantien Duits
3. Alle daagse kleren
4. Twee goede stoffen rokken
5. Vier nieuwe breed doekse lakens
6. Een half dozijn hemden die goed zijn
7. Twee paar nieuwe slopen
8. Een half dozijn dicht doekse schorteldoeken
Aan Maria Koning, huisvrouw van Coenraad Guilliot:
1. 2. 3. 4. Achttien damasten servetten met een lang tafellaken
Een duimring rondom met diamanten in zilver gezet
Een zilveren theepot met daaraan een keten
Mijn beste damasten kleed met lichtblauwe voering
Aan Arnoldina Aleida van Benthem, huisvrouw van Majoor Theusink:
1. Een kapitale som van tweeduizend car. guldens staande bij weduwe Podt, wanneer bij mijn sterven dit reeds afgelost mocht zijn, krijgt ze tweeduizend guldens contant.
Aan Anna Theusink , dochter van Arnoldina Aleida:
1. 2. Een duimring, rondom met diamanten in goud gezet
Twee satijnen rokken met gouden bloemen
3. Mijn beste Tuif
Aan Geertruijd Krondijk, weduwe van Jan Bode:
1. Duizend daalders contant2. Een diamanten ring met zeven stenen
3. Mijn zwarte samara en zwarte rok
4. Mijn japonnen
5. Een stoffen rok
6. Een rood scharlakense rok
7. Zes breeddoekse lakens
8. Drie paar nieuwe slopen
9. Een dozijn nieuwe servetten met een tafellaken ’t geen daar bij hoort
10. Een dozijn van mijn beste hemden
11. Al het beddegoed waarop ik slaap
12. Mijn orbietten met veertien diamanten
13. Een obligatie van tweedduizend vijfhonderd gulden op het comptoir van Amsterdam,
opgetekend 28 december 1677, belegd. Hiervan moeten haar kinderen Janna en Zwaentien
Bode elk vijfhonderd gulden ontvangen en Jan Bode duizend gulden.
14. Een stuk buitendijks hooiland , ruim twee morgens groot, liggende vooraan in de Enge Aa
genaamd Westenberg land
15. Al mijn korte linnen
Wanneer zij zal zijn overleden, moet het legaat onder haar kinderen verdeeld worden.
Aan Janna Bode en Zwaentein Bode :
1. 2. 3. 4. Ieder een zilveren schaar en beugeltasje
Aan Janna Bode mijn kastje op de kelderkamer met het porselein dat daarop staat
Aan Zwaentien Bode het kastje met vier deuren staande op de studeerkamer
Aan Zwaantien Bode een huis aan de markt, het tweede vanaf de hoek van de Hofstraat naast
het huis dat nu bewoond wordt door Rutger van Goor
Aan burgemeester Bernhardus Heisman:
1. Een stuk land genaamd de Galgenkamp en de halve morgen in de Schrade daar bij liggend
Aan de dienstmeid die bij mij in dienst is en bij mij woont op het moment van sterven:
1. Honderd car. guldens
2. Een dubbele rouw met toebehoren
Aan de diaconie voor de armen van de stad Hasselt:
1. Duizend car. gulden contant
Ik verklaar als testamentrice dat ik dit alles wel overdacht en uit vrije ongedwongen wil heb gedaan
en ik begeer dat na mijn overlijden dit allemaal stipt zal worden opgevolgd het zij uit kracht van
testament, codicil, gift of hoe het ook op ander manier na recht zal zijn. Ik heb dit samen met mijn
getuige getekend op 28 december 1744.
Arnoldina van Benthem en Egbert Lakke getuige.
Lijst van goederen die Frederik Hendrik van Benthem heeft geeft.
1.
2. Het huis in de Ridderstraat achter de kerk met een hof, een stal en een huisje aan de stal reikend tot aan de Regenboogsteeg. Een huis aan de Markt door Rutger van Goor bewoond3. Een huis aan de Markt bewoond door Jan Hendriks
4. Een huis met toebehoren in de Nieuwstraat door de overledene zelf bewoond
5. Een huis aan de Markt op de hoek van de Hofstraat bewoond door Herman ten Broeke
6. Een huis achter de Muur dicht bij het kleine veerpootje met een kamertje erachter
7. Een hof met een hofhuisje op het Eiland
8. De voormalige pannenbakkerij in de Regenboogsteeg
9. Het huis in de Regenboogsteeg bewoond door Evert Sijsen
10. Een schuurtje of stal in de Regenboogsteeg
11. Een huis in de Ridderstraat bewoond door Adam Seder
12. Een huis op de hoek van het Eiland en de Gracht met een kamertje daarachter
13. Een huis in de Ridderstraat bewoond door Reind Hake
14. Een schuur of stal op het Eiland
15. Het grote en kleine Hoflandje gelegen bij de Venepoort
16. Het Hof met een hofhuisje gelegen in het Grote bolwerk
17. Een stal in de Regenboogsteeg
18. Een huis in de Nieuwstraat met hof daarachter en terzijde ten dele door Wolter van ter Wede gebruikt
19. Een huis op de hoek van de Hofstraat dat onbewoond is
20. Een huis op de Gracht bewoond door Derk Jans
21. Een huis op de Hoogstraat dicht bij de Venepoort
22. Een huis op de Gracht dicht bij de Keppelbrug
23. Een huis in de Hofstraat bewoond door Jochem Frijlink
24. Een huis op de Gracht bestaande uit twee woningen waarvan het ene bewoond wordt door de Heer en Mevr. Ridderinkhof
25. Een stuk weiland genaamd het Smalle stuk gelegen in het Hoombroek
26. Enige stukjes grond gelegen in het Schraden Zand , langs de Seegraven gelegen
27. Een stuk buitendijks hooiland groot ongeveer twee morgen, gelegen bij Cellemuiden
28. Een stuk buitendijks hooiland, ongeveer anderhalve morgen groot, gelegen buiten de Enkpoort
aan de onderweg
29. Een stuk weideland in de Sandvoort buiten de Enkpoort genaamd het Kampien
30. Een stuk buitendijks hooiland , ruim twee morgens groot, liggende vooraan in de Enge Aa
31. Een stuk genaamd de Galgenkamp en een halve morgen in de Schrade daarbij gelegen
32. Twee stukken buitendijks land genaamd de Pol en Staart gelegen op de Molenwaard groot ongeveer tweeëneenhalve of drie morgen gebruikt door de heer overste Valjant
33. De Hoge en Lage Zandkamp, kolkstuk en Rietschra in Streukel gebruikt door de Heer Valjant
34. Twee stukjes weiland genaamd het Voorste en achterste Breestuk gelegen in de Hoombroek, samen ongeveer drie morgen groot
35. Een stukje weiland genaamd de Schraade gelegen in t Hoombroek
36. Drie morgen hooiland in Streukel in gebruik bij Hendrik Teunis
37. De halfscheid van een stukje weiland, groot ongeveer anderhalf mogen gelegen in Streukel aan de Santvoort in pacht bij Roelof Bouwhuis
38. Twee morgen buitendijks land genaamd “t Bekade Land gelegen dicht bij het Hasselaar Zijl
39. Een stuk weiland genaamd het Tiewland gelegen aan het Sandvoort,
40. Tweeënhalve morgen in het Hasselaar Blok met daarbij behorende stuk buitendijks land
41. Een halve morgen weiland in de Harenloer slag
42. Een erve op Rouveen In de Bisschopsslag dat door Jonkheer Hulst wordt gebruikt
Vorderingen op Arnoldina van Benthem1. Tiementjen Stuels, weduwe van Jan Verdelft, een legaat
2. Gertruijd Kromdijk weduwe van Jan Bode, een legaat
3. Johanna Boode, huisvrouw van Hendricus Meijer, een legaat
4. Zwaantjen Boode, een legaat
5. Coenraad Guilliot, partner van Maria Koning, haar legaat
6. De diaconie der Armen der Stad, een legaat
7. Oud burgemeester Heisman, een legaat
8. Hendricus Meijer f 37-3-2
9. Roelof Wener f 78-6-0
10. Rutger van Goor f 6-4-0
11. Jacob van Egten f 7-8-0
12. Jan Geerts aan de Hasselterdijk f 10-16-0
13. Berend Kettel f 21-8-0
14. Weduwe van Derk de Vries f 2-18- 0
15. Albert Berends f 62-0-0
16. Wessel Wessels f 12-14-0
17. Jan Wolters Overink f 4-2-10
18. De Heer C. Vatebender als ontvanger van Hasselter Kerspel f 36-3-12
19. Evert Gijsen f 72-10-0
20. De wezen van de stad vanwege het aandeel van de uitgang van de Galgencamp per jaar 3,5
stuivers vanaf 1735 – 1750 f 2-12-8
21. De uitgang , per jaar een goud gulden zestien stuivers acht penningen, gaande uit het huis achter de kerk ten zuiden van de Roode Leeuw, is betaald
22. De stad Hasselt, van burgemeester Cotgens huis, eigendoom van Arnoldina van Benthem, veertien stuivers per jaar
23. Burgemeester van Benthem, eigendom van Arnoldina van Benthem, per jaar eenentwintig stuivers
24. De Heer Camner C Meeuwsen f 11-17-10
25. De Heer majoor Tussink ondersteunt de vordering van zijn vrouw op het legaat. De heer C.W. Eeksont doet hetzelfde
26. De Heer Frederik Hendrik van Benthem
27. Weduwe van W. Meeeuwen vanwege salaris f 10-12-0
Bron: Archief Stad Hasselt 0058.2 inv. 441
H. Poelarends februari 2026


















Foundation Musick's Monument