Multimedia Art Productions

Scherm­afbeelding 2025-07-04 om 08.40.15
IMG_7232
IMG_7222

IMG_7223
IMG_7224
IMG_7225

IMG_7228
IMG_7229
IMG_7230
IMG_7231
IMG_7232



REGLEMENT VOOR DEN BRABANDSCHEN OLIJFBERG.
Art. 1. — Op den eenen dag des Heeren zal de predikant des voordemiddags
prediken over eene Zondagsafdeling in den Heidelbergschen Catechismus, op
den volgenden dag des Heeren zal hij 's voordemiddags prediken over een
vrijen stoffe en des nademiddags zal hij catecheseren over de afdeling van den
Catechismus des Zondags tevoren behandeld en bij gebrek van bekwame
beantwoorders zal hij dan de catechetische stoffe repeteren.
Art. 2. - De bediening van het Avondmaal zal na voorafgaande bekend-
making aan de gemeente vier maal des jaars op de gewone tijden gehouden
worden. Verder zal de predikant met een ouderling voor het houden des
avondmaals, ten minste twee maal des jaars behoorlijk huisbezoeking doen,
mitsgaders des Zondags tevoren de voorbereiding prediken, en na het houden
des Avondmaals op den eerstvolgenden godsdienst-tijd eene dankzeggingspre-
dikatie doen.
Art. 3. - Men zal de godsdienst-oeffeningen, zoo de predikatien als de
publieque catechisatien en de bediening van het H. Avondmaal op vastbe-
paalde tijden en uuren stellen; te weeten, des voordemiddags te 10 uuren en
des nademiddags te 3 uuren.
Art. 4. — Men zal uit de beste ledematen van de gemeente, beneffens den
predikant een ordentelijken kerkenraad aanstellen : of aangesteld zijnde, tragten
te behouden, welke zoo het weezen kan, uit 2 ouderlingen en 2 diakenen zal
bestaan ; waarvan de helft jaarlijks op gezetten tijd zal afgaan (die dan 2 jaa-
ren, indien er stof is, moeten stille zitten, eer zij wederom verkiesbaar zijn)
en 2 nieuwe leeden in de plaats verkozen worden ; die dan ook tot 3 maalen
toe aan de gemeente zullen worden voorgesteld en volgens het
gewoone
formulier in hunnen dienst bevestigd ; doch indien er zooveel stof niet is, zal
men, zoveel mogelijk is, verzorgen, dat de kerkenraad ten minste uit den pre-
dikant, eenen ouderling en eenen diaken bestaat, welke
1°. met den predikant nu en dan op eene behoorlijke wijze, onder aanroe-
ping van God's naam en vooral, voor het houden van 't H. Avondmaal, zullen
bij den anderen koomen om alles wat tot de goede orde en de stigting der
gemeente vereischt wordt, te overleggen en met dankzegging tot God te
scheiden.
2°. van al 't verhandelde zal nauwkeurig aantekening gehouden worden
door den predikant in een boek, welke aantekening voor het sluiten der ver-
gadering met dankzegging, den kerkenraad voorgeleezen zijnde, door denzelven
predikant ondertekend zal worden ; en zal hij dit acte boek onder zijne bewa-
ring hebben, mits hetzelve telkens, wanneer de kerkenraad vergadert, in de
vergadering medebrengende.
3°. zullende ook jaarlijks van het kort summier van het werk aan de Ged.
van de Z-Hollandsche Synodus communicatie en geschrift gegeven worden.
Bij absentie of ontbreking van eenen ouderling of diaken zal de ouderling
het werk van den diaken en de diaken het werk van den ouderling vervangen.
Art. 5. - Zullen in de oeffening van den godsdienst de ouderlingen aan de
regter — en de diakenen aan de slinker zijde onmiddellijk naast den predikant
zitten ; zullende de kerkenraad ook de beschikking hebben over de zitplaatsen
van de gemeente tot vermijding van alle geschillen, die hierover zouden kon-
nen vallen.
Art. 6. — De predikant zal na het eindigen van elken predikdienst en pu-
blieque catechisatie of onder dezelve de gemeente vermanen tot mildadigheid
aan den armen ; en de liefdegaven door de diakenen ingezameld, aanstonds na
het eindigen van den godsdienst in een boek aantekenen in de tegenwoor-
digheid van de leden des kerkenraads. Welk ingezameld geld door de diakenen
zal worden, doch niet dan met voorweten en toestemming van den predikant.
Verder zullen diakenen jaarlijks aan den kerkeraad verantwoording doen
van derzelver ontvangst en uitgave, en zal de diaconye-rekening jaarlijks
den Dep. door den predikant overgezonden moeten worden. Het boek hiervan
te houden zullen diakenen onder zich mogen hebben; doch zoo dikwijls de
kerkenraad dat requireert hetzelve aan de vergadering moeten vertoonen. Ten
tijde der verantwoording zullen zij door de overige leden van den kerkenraad
de rekening laaten nazien en opnemen; en ten blijke hunner goedkeuring
doen ondertekenen tot hunne décharge.
In gevalle er eene aanmerkelijke somma van armepenningen mogt voor-
handen zijn, zal de kerkenraad met onderling beraad dezelve beleggen in
goede en suffisante effecten, bovenal in Hollandsche of generaliteits-obligatien.
Verder zal de kerkenraad geen effecten of obligatien mogen verkopen of aliene-
ren dan met voorkennis van Dep.; en de diakenen aftredende van hun emploij,
zullen het boek benevens het saldo van penningen aan de vergadering overge-
ven.
Alle andere gelden, papieren, effecten of andere instrumenten, welke de
diacony of de gemeente behoren, moeten in een daartoe geschikte kist gelegd
en bewaard worden. Die kist zal bij den predikant aan huis, en in geval de
plaats vacant is, bij den ouderling berusten. Aan die kist moeten drie onder-
scheidene sloten zijn, waarvan de drie onderscheidene sleutels moeten zijn in
onderscheidene handen ; een in die van den predikant, een in die van een ouder-
ling, een in die van een diaken; en een van die 3 voor eenigen tijd van huis
gaande, zal zijn sleutel in handen van een der thuisblijvende leden laten ; ook
zal men wel zorgen, dat nimmer de sleutel in of onder één hand gesteld en
gelaten worde; en in gevalle de kerkenraad alleen uit 3 leeden bestaande
2 leeden van dezelve voor eenigen tijd afwezig zijn, zal ten minste een sleutel
zoo lang aan een der vertrouwste leeden der gemeente ter hand gesteld worden.
Art. 7. - De predikant zal in het bijzonder zich benaarstigen
1. In het onderwijzen der kinderen in de eerste beginselen der goddelijke
waarheden.
2. In het catechiseeren van meer bejaarden ten einde dezelve bekwaam
en stigtelijk in den wandel bevonden wordende, na voorgaande belijdenisse,
tot Ledematen der gemeente aangenomen worden, hetwelk geschieden zal ten
overstaan van een ouderling, zullende ook de aangenomen ledematen der
Art. 8. - De predikant zal nauwkeurig aantekening houden in onderschei-
den boeken
1. niet alleen van de aangenomene of met attestatie aangekomene en met
attestatie vertrekkende ledematen
2. maar ook van de getrouwde personen
3. gelijk mede van de gedoopte kinderen
welke onderscheidene boeken bij den predikant zorgvuldig bewaard en aan
den kerkenraad bij het doen van de diacony-rekening vertoond zullen worden.
Art. 9. - Geen kerkelijke censuur zal geoeffend mogen worden anders
dan volgens de Nederlandsche kerkenordening.
Art. 10. - De predikant van huis gaande, zal zorge dragen dat zijn dienst
des Zondags, indien het eenigsins mogelijk is, waargenomen worde en aan de



REGLEMENT VOOR DEN BRABANDSCHEN OLIJFBERG.
Art. 1. — Op den eenen dag des Heeren zal de predikant des voordemiddags
prediken over eene Zondagsafdeling in den Heidelbergschen Catechismus, op
den volgenden dag des Heeren zal hij 's voordemiddags prediken over een
vrijen stoffe en des nademiddags zal hij catecheseren over de afdeling van den
Catechismus des Zondags tevoren behandeld en bij gebrek van bekwame
beantwoorders zal hij dan de catechetische stoffe repeteren.
Art. 2. - De bediening van het Avondmaal zal na voorafgaande bekend-
making aan de gemeente vier maal des jaars op de gewone tijden gehouden
worden. Verder zal de predikant met een ouderling voor het houden des
avondmaals, ten minste twee maal des jaars behoorlijk huisbezoeking doen,
mitsgaders des Zondags tevoren de voorbereiding prediken, en na het houden
des Avondmaals op den eerstvolgenden godsdienst-tijd eene dankzeggingspre-
dikatie doen.
Art. 3. - Men zal de godsdienst-oeffeningen, zoo de predikatien als de
publieque catechisatien en de bediening van het H. Avondmaal op vastbe-
paalde tijden en uuren stellen; te weeten, des voordemiddags te 10 uuren en
des nademiddags te 3 uuren.
Art. 4. — Men zal uit de beste ledematen van de gemeente, beneffens den
predikant een ordentelijken kerkenraad aanstellen : of aangesteld zijnde, tragten
te behouden, welke zoo het weezen kan, uit 2 ouderlingen en 2 diakenen zal
bestaan ; waarvan de helft jaarlijks op gezetten tijd zal afgaan (die dan 2 jaa-
ren, indien er stof is, moeten stille zitten, eer zij wederom verkiesbaar zijn)
en 2 nieuwe leeden in de plaats verkozen worden ; die dan ook tot 3 maalen
toe aan de gemeente zullen worden voorgesteld en volgens het
gewoone
formulier in hunnen dienst bevestigd ; doch indien er zooveel stof niet is, zal
men, zoveel mogelijk is, verzorgen, dat de kerkenraad ten minste uit den pre-
dikant, eenen ouderling en eenen diaken bestaat, welke
1°. met den predikant nu en dan op eene behoorlijke wijze, onder aanroe-
ping van God's naam en vooral, voor het houden van 't H. Avondmaal, zullen
bij den anderen koomen om alles wat tot de goede orde en de stigting der
gemeente vereischt wordt, te overleggen en met dankzegging tot God te
scheiden.
2°. van al 't verhandelde zal nauwkeurig aantekening gehouden worden
door den predikant in een boek, welke aantekening voor het sluiten der ver-
gadering met dankzegging, den kerkenraad voorgeleezen zijnde, door denzelven
predikant ondertekend zal worden ; en zal hij dit acte boek onder zijne bewa-
ring hebben, mits hetzelve telkens, wanneer de kerkenraad vergadert, in de
vergadering medebrengende.
3°. zullende ook jaarlijks van het kort summier van het werk aan de Ged.
van de Z-Hollandsche Synodus communicatie en geschrift gegeven worden.
Bij absentie of ontbreking van eenen ouderling of diaken zal de ouderling
het werk van den diaken en de diaken het werk van den ouderling vervangen.
Art. 5. - Zullen in de oeffening van den godsdienst de ouderlingen aan de
regter — en de diakenen aan de slinker zijde onmiddellijk naast den predikant
zitten ; zullende de kerkenraad ook de beschikking hebben over de zitplaatsen
van de gemeente tot vermijding van alle geschillen, die hierover zouden kon-
nen vallen.